Een héle toer

Na het verkwikkende verblijf in Saputara pakken we de reisrugzakken weer in.
Als eerste stop willen we in Baroda nog afscheid nemen van Shreyash. Het aanbod van zijn familie om ons vanuit Vyara helemaal te komen ophalen en vervolgens in Surat op de trein te zetten naar Baroda, vinden we een beetje te gek. Baroda ligt 300km verderop en we plannen de reis erheen met bus (naar Surat) en trein (van Surat naar Baroda). Shreyash sputtert echter tegen en zegt dat zijn familie ons echt héél graag wil ophalen.

We besluiten ons hieraan over te geven, ondanks dat niet duidelijk wordt hoe laat we dan zullen worden opgehaald. De deurbel geeft de volgende ochtend om 7 uur al het antwoord: de moeder van Shreyash staat, samen met een vriendin en een chauffeur, lief glimlachend op de stoep. We maken ons snel klaar om te vertrekken en als we eenmaal in de volgepakte auto zitten stoppen we al na 500 meter voor een ontbijt op straat. Een stalletje serveert ons een heerlijke poha sabzi (gepofte rijst met groenten) en kokosnoot met een rietje. Weer 500m verder maken we nog een stop bij een Jaintempel met prachtig marmeren beeldhouwwerk en pas hierna verlaten we Saputara.

 

We hebben het heel gezellig in de auto en laten elkaar liedjes horen in het Hindi, Sanskriet, Engels en Nederlands. Als we vervolgens proberen met z’n allen elkaars liedjes mee te zingen, wordt het helemaal dikke pret!
Als we dan opeens, op de snelweg, in een verkeersopstopping terecht komen, blijkt onze chauffeur niet vies van spookrijden: je steekt gewoon over naar de andere weghelft en de tegenliggers maken vanzelf ruimte voor je (ze hebben ook niet veel keus…). Er is geen tegenligger die laat merken dat een probleem te vinden en zo blijft onze hartslag binnen de perken.
In het zicht van Surat rijden we vervolgens niet door naar het treinstation maar slaan we af, tot onze verbazing, richting Baroda. We stoppen nog voor een kruidige lunch (de gastvrijheid lijkt bijna grenzeloos) en in Baroda worden we voor de deur van ons hotel afgezet, waar Shreyash ons opwacht.

We blijven hier een paar dagen om met Shreyash nog wat tijd door te brengen en we bezoeken samen de veelgeprezen film ‘Lion’ die in Baroda net in premiere blijkt te zijn gegaan. Hier in India is het nóg makkelijker om je in het ontroerende verhaal in te leven, al kost je dat wel extra zakdoekjes… In de film komt ten dele het schrijnende verhaal van straatkinderen in India in beeld. Wij worden daar in India ook regelmatig mee geconfronteerd en de film maakt duidelijk dat geld geven aan bedelende kinderen die vermist zijn, geen oplossing is, maar wat dan wel..? Het is een film waarover we nog vaak napraten.

Ook krijgen we onverwacht bezoek van de oma van Shreyash. Zij woont tijdelijk bij hem in om voor hem te zorgen (vooral om voor hem te koken). Ze heeft Maamkes favoriete snack kheer (gezoete rijst) gemaakt dat we nog heerlijk warm kunnen opeten. Een schat van een vrouw die ons al meteen ‘adopteert’ als haar eigen kinderen. Dat je oma voor je kookt is in India wat gebruikelijker dan in Nederland, maar een bijkomende reden is dat Shreyash aanhanger is van het Jain-geloof (ontstaan vanuit afkeur van het kaste-systeem), dat een aantal beperkingen in het eten predikt. Jain-aanhangers zijn per definitie vegetariër vanuit het principe van geweldloosheid (Ahimsa) en dit beperkt zich niet alleen tot dieren maar ook deels tot planten. Groenten als ui, knoflook, aardappel, wortel en andere  ‘bodemvruchten’ zijn bijvoorbeeld verboden omdat deze (buiten direct zonlicht) ónder de grond rijpen en je de héle plant doodt als de vrucht wordt geoogst. In restaurants moet hij dit dus altijd aangeven, maar in Gujarat zijn ze hier redelijk op ingesteld.

Op onze laatste avond in Baroda trakteert Shreyash ons op een echte Gujarati thali. We krijgen een enorm bord voorgeschoteld met daarop een mondwaterend scala aan kleine gerechten. Onze smaakpapillen vieren feest en we bombarderen deze thali tot lekkerste ooit! Met een goed gevulde buik brengt Shreyash ons naar het station, waar we voor de laatste keer in India afscheid nemen van elkaar. We vinden het heel bijzonder dat we hem op onze reis door India hebben ontmoet en zijn dankbaar voor de speciale band die we met hem hebben gekregen. Met een stevige knuffel en een hartgrondig ‘phari madisu’ (tot weerziens) nemen we afscheid van Shreyash en zwaait hij ons vanaf het perron uit.

 

Onze volgende bestemming is Bundi, een pittoresque plaatsje in het zuidoosten van Rajasthan. Om daar te komen brengt deze nachttrein ons allereerst van Baroda naar Kota. Hoewel het muisstil is in onze wagon, komt er van slapen niet bijster veel terecht. Met alle bepakking is de slaapruimte klein en liggen we opgevouwen onder de wol. Als ’s avonds een lang been van Bart toch het gangpad in steekt, wordt deze vakkundig door de conducteur weer teruggevouwen.
Na de aankomst om half zes ’s ochtends stappen we slaperig over op de bus naar Bundi. Hier komt van slapen helemáál niets terecht. De rit is een echte bottenschudder en dus komen we compleet wakkergetrild aan in ons hotel.
Het hotel blijkt een traditionele, Rajastaanse haveli (herberg): rondom een centrale, vierkante binnenplaats rijzen vier verdiepingen omhoog, gebouwd in een stijl die doet denken aan de sprookjessfeer van duizend-en-één-nacht. Overal vind je sierlijk stucwerk, ambachtelijk houtsnijwerk en raampjes van gekleurd glas.
We denken nog genoeg energie te hebben om het stadje te ontdekken en duiken de wirwar van straatjes in. Deze plaats is beroemd om zijn fijne, typische muurschilderingen en zijn vele ambachtelijk werkende ondernemers. De kleine, open winkeltjes zijn hier veelal op inhoud geclusterd: de metaalbewerkers hameren op samenwerking, met z’n allen zelfgemaakte armbanden verkopen schept blijkbaar ook een band en alle fruitverkopers vind je samengeperst op een kruispunt. De melkboer blijkt hier inmiddels al creatief gemotoriseerd!

   

   
Heerlijk even zo’n blik terug in de tijd, maar het heeft ook z’n mindere kanten: het open riool en de vuilnisverwerkers (koeien en varkens) hebben de tand des tijds óók doorstaan, dus de reuk moet het in de warmte hier regelmatig ontgelden…
Drie dagen Bundi is genoeg en we verlangen naar een frisse wind.

 

We reizen door naar Khajuraho, een toeristisch dorpje in het groene binnenland van India. We besluiten de lange reis voor het (slaap-)comfort in twee stukken te hakken en reizen eerst met de bus van Bundi naar Jaipur. In Jaipur doen we kort na aankomst nog een poging om de (roze) binnenstad te verkennen, maar onze zintuigen zijn hier al helemáál gauw overprikkeld en dus maken we snel rechtsomkeert. We willen ook vroeg naar bed want de volgende ochtend vertrekt onze trein al om zes uur naar Khajuraho voor een rit van maar liefst 13 uur.
In de trein kun je je heerlijk verwonderen over alles wat er in en buiten de wagon gebeurt. De keur aan medereizigers, en voor ons onbekende omgangsvormen, maken hier een boeiend schouwspel van (hoe deel je bijvoorbeeld een bank of een krantje in de trein?). Het is al met al een drukte van belang: verkopers van thee en etenswaren lopen af en aan en medereizigers proberen gesprekjes met ons aan te knopen. De rit nodigt ook uit voor het lezen van een boek en zo verstrijken de eerste uren snel. Als in de middag de wagon langzaam leegloopt, neemt ook de afleiding af. Verveling zijn we op onze reis nog niet eerder tegengekomen. Het is even wennen maar je blijkt er ook prima mee te kunnen ‘zijn’ zonder je eraan te ergeren of de leegte te willen vullen. Het frist zelfs een beetje op!

 

In Khajuraho hebben we onszelf getrakteerd op een wat luxer hotel. Op onze reizen nemen we regelmatig genoegen met net even wat minder ruimte, hygiëne en comfort. ’s Ochtends yoga doen gaat soms domweg niet als er geen plek is om je mat uit te rollen. Je wordt wel creatief door de pranayama dan maar in de bus of trein te doen en meditatie op bed gaat uiteraard ook prima, maar toch.
Het vieren van ons eerste huwelijksjaar is dan een welkome reden om onszelf te trakteren op meer luxe. Het hotel heeft een zwembad en is omringd door een prachtige tuin (ideale plek voor yoga!) met daarbij een grote biologische groentetuin. Als we ‘s ochtends door de tuin wandelen begint de tuinman ons in Indiaas-Engels alle groeiende gewassen aan te wijzen en al gauw knabbelen we op een heerlijke, vers getrokken, roodachtige, Indiaase wortel. De koks weten hier ook wel raad mee weten we inmiddels.

Op onze huwelijksdag wagen we ons weer buiten de vertrouwde muren van het hotel om één van Indiaas toeristische hoogtepunten te bezoeken. Khajuraho staat bekend om zijn 1000 jaar oude, uitzonderlijk mooi bewerkte, tempels waarvan er een aantal in nog zéér goede staat zijn. De wanden zijn vooral aan de buitenkant volop bedekt met verfijnde beeldhouwwerken en sierlijke omlijstingen. Goden, mensen en dieren zijn in groot en klein formaat uit zandsteen gebeiteld en verbeelden zowel mythische verhalen als het leven van alledag. Opvallend zijn de vele erotische beelden die rechtstreeks uit de Kama Sutra lijken te komen. Sommige van die beelden gaan echter wel beestachtig ver en dat roept de vraag op waarom die bij een tempel horen?

   

 

Na zo’n 10 tempels gooien we het hier spreekwoordelijke beiteltje erbij neer en lopen we terug naar het hotel. Daar wacht ons een verrassing in de vorm van een prachtige taart geschonken door het hotel ter gelegenheid van ons eerste huwelijksjubileum. Een onverwacht kado dat deze feestdag extra zoet maakt!

Tijdens het avondeten blikken we terug op onze prachtige trouwdag van een jaar geleden en het bewogen en bijzondere eerste jaar als man en vrouw. Het voelt als één lange huwelijksreis en daarvoor zijn we heel dankbaar!

7 reacties op “Een héle toer

  1. Lieve Maamke en Bart
    van harte gelukgewenst met jullie trouwdag. Wat een mooi verhaal en Gujerat komt geheel tot leven. Veel bijzondere herinneringen.

  2. Het is genieten van jullie mooie verhalen en echt gezellig op een zeker moment zie je zo een conducteur het been van Bart terug leggen , zo echt is het , mooi dat jullie genieten van hele kleine dingen van jullie huwelijksdag , gefeliciteerd groet van Johan en Tineke

  3. Mooi verhaal! Het blijft bijzonder en indrukwekkend.
    Jullie kunnen straks wel heeeeeeeel lekker koken als jullie weer in Nederland zijn:)
    Dikke kus

  4. Ha Bart en Maamke,
    Wat een interessant verhaal! Wat gaaf dat jullie zo in contact komen met de “echte” Indiërs! En uiteraard gefeliciteerd met het katoenen huwelijk!!

    Groet Rens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *